VorigeDe geografie van de ‘Lex Frisionum’Volgende

3. Wisar

Inhoud van deze pagina

  1. Wisurgis bij de Romeinen
  2. Wisar in de vroege middeleeuwen
  3. Wisar in de late twintigste eeuw
  4. Wisar naamkundig
    Noten

1. Wisurgis bij de Romeinen

Om de gelijkstelling Wisar of Wiser = Weser (ook Wezer gespeld) te kunnen maken geeft Von Richthofen voor de hele periode van vóór 1415 slechts één bewijsplaats van rond 1200 en slaat hij tientallen oudere over :

«in orientem ad Wiseram et in occidentem usque Fli.» (1).

Hetzelfde citaat volgt uitvoeriger waar Sincfal wordt behandeld. De oorspronkelijke tekst zou zijn opgesteld rond 1200 maar Von Richthofen geeft geen datum voor het afschrift waarover we beschikken. In Frieslands oudheid wordt dezelfde bewijsplaats gegeven, eveneens zonder datum. Zelfs als de tekst van 1200 is en hier inderdaad de Weser wordt bedoeld, bewijst dat niet in het minst dat Wisaram uit de ‘Lex Frisionum’ eveneens de Weser was. In de tekst wordt tevens Hiddesekkere genoemd, waarvan in Frieslands oudheid zonder meer Hitzacker wordt gemaakt, een eilandje in de monding van niet eens de Weser, maar van de Elbe, en dat voor het eerst zou zijn vermeld in 1203. De ontginnningen rond Bremen zijn pas in 1106 begonnen en uit de eeuwen daarvóór kan er nóch uit documenten, nóch archeologisch iets worden aangewezen dat op vroegere bewoning van enige omvang duidt (2). Dat neemt niet weg dat in Frieslands oudheid de Romeinen al vrolijk optrekken in het gebied tussen Weser en Elbe (3) en dat er doodleuk een historische continuïteit vanaf dat moment wordt aangenomen hoewel ook daarvan archeologisch niets is gebleken.

Wisara is een algemene waternaam en betekent ‘witte rivier’. De naam, die ook als Wisurgis, Visurgis, Wisera, Visera en Wisura in talrijke bronnen voorkomt, is niet alleen gebruikt voor de Wimereux, maar ook voor de volgende vijf Noord-Franse en Belgische rivieren : de Aa, de IJzer (ook Isara en Vidrus genaamd); de Lys / de Leie en de Marcke; ook is er de Vézère van gemaakt, wat enkel laat zien dat er niet ál te voorbarig ‘Duitse Weser’ van kan worden gemaakt. Al de andere Romeinse en Franse bronnen zijn door Von Richthofen – meest waarschijnlijk niet zonder reden – overgeslagen (4). In Frieslands oudheid daarentegen is gelijk alles maar aan de Duitse Weser toegewezen, zonder de bronnen duidelijk weer te geven of te argumenteren.

De Romeinen bouwden versterkingen om Gallia te beschermen tegen de Germanen, wat ze natuurlijk in Noord-Frankrijk deden en niet in het hoge noorden van Duitsland waar ze niet eens geweest zijn. Daarbij worden de rivieren Albis (de Aa en niet de Elbe), Amisia (de Hem en niet de Eems), de Lippia (de Lys en niet de Lippe) en Wisurgis (de Wimereux en niet de Weser) genoemd (5). Na analyse van de Annales van Tacitus concludeert Albert Delahaye :

«Wisurgis (Ann. 11,9, 11, 12,16, 17), een rivier, genoemd in de veldtochten van de Romeinen tussen 14 en 17 na Chr. in verband met de Oceaan (Atlantische Oceaan), met de Cherusci (Chérisy), met de Batavi (Béthune), met Idistaviso (St. Inglevert) en met de Chauci (Chocques), is de Wimereux ten noorden van Boulogne, die bij de plaats Wimereux in de Atlantische Oceaan valt. Het was dus niet de Duitse Weser. Deze determinatie en lokalisatie is volslagen onmogelijk, omdat de Romeinen nooit ofte nimmer in dat deel van Duitsland zijn geweest, en zeker niet in 14 na Chr., toen de verovering van Germania (natuurlijk dat van Tacitus!) nog moest beginnen. Hetzelfde geldt vanzelfsprekend ook voor de Albis (Aa), de Amisia (Hem) en de Lupia (Lys of Leie). Daar komt nog bij, dat volgens de Romeinse teksten deze vier rivieren dicht bij elkaar lagen, wat met de Lippe in Duitsland al helemaal niet het geval is, omdat die ver van de andere ligt.» (6).

Een mooie bewijsplaats voor de Wisurgis bij de late Romeinen is :

«Tekst 89
ca. 456 na Chr. Avitus, keizer van het West-Romeinse rijk.
Gij zijt Tuncrum (Doornik, niet Tongeren) en de Vahalis (Oise), de Wisurgis (Wimereux), de Albis (Aa) en de dichte moerassen van de Franken binnengetreden, terwijl alleen de Sigambri (Cambrin) u eerden; met uw wapens was u veilig.
Bron: Sidonius, Appollinaris, Carmen XXIII, 224-227.»
 (7).

Doornik en Cambrin geven hier de juiste streek aan.

2. Wisar in de vroege middeleeuwen

Aantekeningen

Hiser / Wiser ?

«[885] Castrum statuunt super fluvium Hisam, in loco qui dicitur ad pontem Hisarae, quod Aletramno committunt ad custodiendum. Parisius civitatem Gauzlinus episcopus munit. Nortmanni vero mense Novembri Hisam ingressie, praedictum castrum obsidione cingunt; aquamque eis, qui in castro erant inclusie, haurire ex flumine, quia aliam non habebant, prohibent.» (8).

Volgens de Monumenta Germaniae Historica gaat het om Pontoise aan de Oise, ten noordwesten van Parijs.

Ook voor de vroege middeleeuwen zijn er voldoende teksten :

«Tekst 194
553 na Chr. Een veldslag van Franken tegen Saksen bij de Wimereux.
De Saksen kwamen in opstand tegen de Franken. Zij vielen talloze malen Francia binnen en werden geholpen door de Toringi (Doornik). De koning van Francia leverde slag tegen hen bij de rivier de Wisera (194-1). Hij keerde terug door het land van de Toringi (Doornik) (194-2), dat ook Lorent (194-3) werd genoemd.
Bron: Chroniques de St. Denis, HdF, III, p. 197.
Nota 194-1. De rivier de Wisera is de Wimereux ten noorden van Boulogne. Het ligt buiten elke rede, dat de Frankische koning een veldtocht op touw zette naar de Duitse Weser.
Nota 194-2. Daarna keerde hij langs een omweg terug, om de Thoringi (Doornik) af te straffen, wat letterlijk in Tekst 195 staat.
Nota 194-3. “Lorent” betekent mogelijk “het oosten”.»
 (9).
«Tekst 195
553 na chr. Koning Chlotarius bij de veldslag van de Franken tegen de Saksen bij de Wimereux.
Dit jaar streed koning Chlotarius tegen de opstandige Saksen bij de rivier de Wisera (Wimereux), en bracht hen een zware nederlaag toe. In geheel Thoringia (Doornik) richtte hij vernielingen aan (195-1).
Bron: Appendix ad Mascellini chronicon, HdF, II, p. 20
Hermanni Aug. Chronicon, MGS, V, p. 88.
Nota 195-1. Door, conform de “traditie” deze veldtocht in Thüringen en de bij Weser te blijven leggen, geeft men bovendien aan de Merovingische koningen te veel eer. Zij waren over het algemeen amper in staat om hun eigen rijk te besturen. Waarom zouden ze zich dan inlaten met volken of stammen, die ca. 400 km van hen vandaan zaten. En omgekeerd: wat voor reden of kans zouden deze laatsten kunnen hebben gehad, om het even veraf gelegen Francia de oorlog te verklaren? De Saxones en de Thuringi zaten echter vlakbij, zodat zij wel degelijk een gevaar voor Francia betekenden.»
 (10).
«Tekst 200
556 na Chr. Saxones en Thoringi (Doornik) vallen Francia aan.
Chramnus stond tegen zijn vader Chlotarius op; hij viel Francia binnen met de hulp van zijn oom Childebert, die de Saxones aan hun zijde had gebracht. Met de Saxones roofde Childebert het land van Reims. De legers van de opstandelingen bereikten Châlons-sur-Marne [ten zuidoosten van Reims] en Dives (Oise), Chlotarius versloeg zijn vijanden en strafte de Thoringi (Doornik) omdat zij de Saxones geholpen hadden (200-1).
Bron: Fredegarii chronicon, MGS, II, p. 107.
Herimanni Aug. chronicon, MGS V, p. 88.
Marii episcopi chronicon, HdF, II, p. 17.
Nota 200-1. De veelheid van teksten, die vrijwel hetzelfde berichten, werkt verwarrend, daar het niet onmogelijk is dat de schrijvers eenzelfde feit op verschillende jaren plaatsen. In deze tekst verschijnen echter nieuwe elementen, waardoor het waarschijnlijk is, dat de Saxones meermalen in opstand zijn gekomen, wat hun lokalisatie in het noorden van Duitsland nog onmogelijker maakt.»
 (11).

Volgens de mythe was het aan de Weser in Noord-Duitsland dat de Noord-Franse Merovingische koning in 553 de opstandige Saxones versloeg, terwijl deze Noord-Duitse Saxones in 556 juist Frankrijk binnenvielen, tezamen met de Oost-Duitse Thüringers ! Hier is ieder gevoel voor afstanden en verhoudingen zoek, terwijl, logisch gesproken, de Noord-Duitse Saksen, om in opstand te kunnen komen tegen de Franse koning, al deel van zijn rijk moeten hebben uitgemaakt, wat echter geen enkele historische atlas durft te laten zien.

«Tekst 215
622 na Chr. Koning Dagobert bij de Wimereux en de Schelde.
In die dagen vormden de opstandige Saxones een groot leger... tegen koning Dagobert of Chlotarius. Dagobert (215-1) verzamelde een sterke krijgsmacht, trok de Renus (Schelde) over en aarzelde niet de strijd tegen de Saxones aan te binden... (Daar hij het niet alleen kon klaren, riep hij zijn vader te hulp). Die snelde spoedig toe en drong het Ardenner Woud (215-2) binnen, nadat hij de Renus (Schelde) was overgestoken. Daar kwam Chlotarius ook heen met een machtig leger... Toen zij aldus verenigd waren en blij in de handen klapten, trokken zij naar de rivier de Wisera (215-3), waar zij hun tenten opsloegen.
Bron: Gesta regum Francorum, HdF, II, p. 567.
Nota 215-1. Dagobert I, zoon van Chlotarius II, uit het huis van de Merovingers, was koning van de Franken tussen 623 en 639.
Nota 215-2. Voor het Ardenner Woud zie Tekst 93, Nota 93-2. De combinatie van Ardenner Woud met Renus (Schelde) en de rivier Wisera toont aan dat het buiten elke rede ligt dit feit bij de Duitse Weser te plaatsen.
Nota 215-3. Het is waarschijnlijk dat de naam Wisera niet altijd de Wimereux aanduidt. De naam van de rivier Albis (Aa) verschijnt verschillende malen in een Germaanse vorm zoals Withea, Witha en zelfs Huita, wat min of meer voor de hand ligt daar Albis “wit” betekent en deze naam de simpele latinisering is van een reeds lang gangbare Germaanse naam. Het is mogelijk dat de schrijvers of kopiïsten de namen Withea en Wisera niet altijd uit elkaar hebben gehouden. Voor de aanduiding van de streek maakt het niet veel uit, daar de Aa en de Wimereux vrij dicht bij elkaar liggen.»
 (12).

De Wisera wordt voor het jaar 717 genoemd in de Chronicon S. Benigny :

«Deze rivier determineren de Franse historici als de Vézère, die onder Limoges stroomt, wat wel erg ver is. Het was in geen geval de Duitse Weser, waarschijnlijk wel de IJzer.» (13).

De Yzer komen we ook tegen als Isara. Later komt Albert Delahaye op de Lys (14), wat beter past.

«Tekst 303
771. Aresburg, Sigiburg en Irminsul.
Karel de Grote ondernam een veldtocht tegen de Saksen; hij veroverde hun vestigingen Aresburg (Aremberg op 8 km noordwest van Valenciennes) en vernielde hun bolwerk en trots Irminsul (Zermezeel op 4 km noordwest van Cassel). Saksen van de overzijde van de Wisura (Wimereux) kwamen hun onderwerping aanbieden.
Bron: Annales Laurissenses, MGS, I, p. 117.
Chronicon Moissiacense, MGS, I, p. 295.
Annales Pataviani, MGS, I, p. 16.
Chronicon Vedastinum, MGS, XIII, p. 703.
Sigiberti chronicon, MGS, VI, p. 334.
Einhardi annales, MGS, I, p. 151.»
 (15).
«Tekst 305
775. Karel de Grote strijdt in het noorden van Frankrijk tegen de Saxones.
Karel de Grote hield een rijksvergadering te Carisiaco (Quierzy bij Noyon); daarna stak hij met een leger de Renus (Schelde) over naar Saxonia. Bij de eerste aanval nam hij de vesting Sigiburg (Sébourg) in, waar de bestuurszetel van de Saksen was. Hun andere vesting Aresberg (Aremberg), die de Saksen vernield hadden, liet hij weer versterken. Vandaar begaf de koning zich naar de rivier de Wisura (Wimereux), naar een plaats die Brunesberg heet (Brunembert op 7 km noordwest van Devres), waar hij op een menigte Saksen stootte. Met een deel van het leger stak hij de rivier over en streed zich een doortocht tot aan de rivier Ovacrus (Guarbecque), waar hij slag leverde met de aanvoerder van de Saksen, die hem met de Ostfali (Estevelles op 8 km noordoost van Lens) tegemoet kwam. Toen Karel vandaar terugkeerde, kwamen de Angrivarii (Angres op 5 km zuidwest van Lens) hem tegemoet bij een plaats die Bucki heet (Bucqoy op 19 km zuid van Atrecht), doch ook deze versloeg hij. Het andere deel van het leger, dat bij de Wisura (Wimereux) gebleven was, had zijn kamp opgeslagen bij een plaats die Hlidbeki heet (Lédinghem op 21 km zuidwest van St.-Omaars); het raakte in gevecht met de Westfali (vermoedelijk een der West-Wailly). In deze veldtocht onderwierp Karel de Grote de plaats Bokweri (La Buissiere op 7 km zuid van Bethune) (305- 1).
Bron: Annales Einhardi, MGS, I, p. 153; HdF, V, p. 202.
Annales S. Amandi, MGS, I, p. 12.
Wilhelmi gestaregum Anglorum, MGS, X, p. 455.
Annales Pataviani, MGS, I, p. 16.
Nota 305-1. Deze tekst maakt een einde aan de gangbare voorstelling, dat de Oostfali en de Westfali de grote provinciale indeling van het Saksenland aangeven. Het zijn gewoon, zoals in al de andere gevallen, de woonplaatsen van groepen Saksen. Opgemerkt moet worden, dat alleen de naam Westfalen in Duitsland is herleefd, vermoedelijk als bagage bij een der gedwongen migraties meegenomen, doch dat een provincie of streek Oostfalen daar nooit heeft bestaan, al werd ook dit verondersteld. De naam van de Westfali heeft in Frankrijk, buiten West-Wailly dat er enige malen voorkomt, geen andere relicten achtergelaten. Talrijk zijn wel in de streek tussen St.-Omaars en Boulogne de plaatsnamen met het voorvoegsel West-, wat aantoont dat dit begrip er bij de Westfali diep in zat. Misschien is het niet te ver gezocht een verband te leggen met de Oxiones (Oxelaere en Ochtezeele), die al door Tacitus worden genoemd, welke naam zeer goed van “occidens” (het westen) kan zijn afgeleid, temeer omdat het geografisch juist is. Brunesberg is hier Brunembert. Een andere plaats, Brunemont op 26 km oost van Atrecht, dient in het vizier te worden gehouden. De Wisura van de bovenstaande tekst moet als Lys worden opgevat; de plaatsen, in de nabijheid van de rivier genoemd, tonen dit aan. Weer moet gevraagd worden: waar liggen al deze plaatsen in het Duitse Saksenland?»
 (16).

In 782 worden de Saxones afgeslacht aan de Wisera (Wimereux) bij Ferdia-Ferdi-Wereta, wat Fréthun is en niet het Duitse Werden. Daar woonden de Saxones als buren van de Fresen, zie : Fresen, Normanni en Saxonen.

3. Wisar in de late twintigste eeuw

Weggestoken in een voetnoot worden in Frieslands oudheid alleen de volgende oudere bronnen aangehaald :

Uit de Annales St. Amandi, anno 718 :

«Fuit autem tunc prius Karolus in Saxonia, et vastatit eam plaga magna usque Viseram.» (17).

En uit de Annales Mosellanae :

«vastatit Karlus Saxoniam plaga magna.» (18).

Blijkbaar was beter ten gunste van de Weser niet voorhanden en de rest het niet waard om letterlijk te worden aangehaald.

4. Wisar naamkundig

Wisara is een algemene waternaam die op vele plaatsen voorkomt. Zo lezen we :

«Les éléments topographiques les plus stables, ceux qui offrent le plus de certitude, sont ceux qui font partie de la nature elle-même, comme les fleuves ou les montagnes.
Le réseau hydrographique du Nord-Pas-de-Calais est dense et les noms des cours d’eau qui le composent, présentent certains traits qu l’on observe aussi dans d’autres régions plus ou moins lointains, ce qui est la preuve de leur anciennetté.
Le type le plus ancien contient la syllable -*ar-, soit comme radical (ex : l’Aar suisse), soit comme second élément. Cette syllabe semble avoir le sens de eau, eau courante. Elle est présente dans l’hydronyme, la Sambre < Samara et dans le nom du village Wizernes. Le premier élément de Sambre sam est celtique, il signifie tranquille ; la Sambre n’est-elle pas une rivière tranquille ? On trouve aussi la syllabe -*ar- dans Wizernes (St-O [=St.-Omaars] < Wisarinio (844), qui est dérivé d’un hydronyme prégermanique de *wesura (on reconnaît le nom de la Weser), composé de *wesu, bon, et du suffixe -ara
 (19).

Vertaald :

«De topografische gegevens die het minst veranderlijk zijn, zij die de meeste zekerheid bieden, zijn degenen die deel uitmaken van de natuur zelf, zoals rivieren en bergen.
Het hydrografisch netwerk van Nord-Pas-de-Calais is dicht en de namen van de waterstromen die er deel van uitmaken vertonen zekere kenmerken die we ook zien in andere gebieden op min of meer grote afstand, hetgeen het bewijs vormt voor hun oudheid.
Het oudste soort bevat de lettergreep -*ar-, ofwel als wortel (verg. de Zwitserse Aar), ofwel als tweede element. Deze lettergreep lijkt de betekenis te hebben van water, stromend water. Deze is te vinden in de waternaam, de Sambre < Samara en in de dorpsnaam Wizernes. Het eerste element van Sambre, sam, is keltisch, het betekent kalm; is de Sambre niet een kalme rivier? We vinden eveneens de lettergreep -*ar- in Wizernes (St.-Omaars) < Wisarinio (844), die is afgeleid uit een vóór-germaanse waternaam van *wesura (we herkennen de naam van de Weser), samengesteld uit *wesu, goed, en het achtervoegsel -ara

Over de Wimereux :

«Ambleteuse (Bo) [Boulogne-sur-Mer] < Ambletowe (1121) possède une terminaison qui, selon Gysseling, indique un hydronyme. C’est la même désignence qui se trouve aussi dans Wimereux (Bo) < Wimerreue (1305), forme presque identique à celle du fleuve qui se jette à la mer en cet endroit, Wmerreuwe (1203).» (20).

Vertaald :

«Ambleteuse (Boulogne-sur-Mer) < Ambletowe (1121) beschikt over een uitgang die, volgens Gysseling, een waternaam aangeeft. Het is dezelfde betekenis die we ook vinden in Wimereux (Boulogne-sur-Mer) < Wimerreue (1305), een vorm die vrijwel gelijkstaat aan die van de rivier die op deze plaats in de zee uitstroomt, Wmerreuwe (1203).»

Omdat de naam Wisurgis door M. Gysseling uit de lijst is weggelaten betekent dit dat de rivier Wimereux niet zou zijn vermeld voorafgaand aan 1203. Hoewel Julius Caesar in Boulogne-sur-Mer is geweest (Itius portus), noemt hij de Wimereux nergens, maar latere Romeinse schrijvers zoals Tacitus doen dat wel.

Vervolg Volgende


Noten

1. Bron : Fries. Keure 10 (circa annum 1200 scripta). Het gaat om de Zeventien Keuren.

2. Algemene geschiedenis der Nederlanden : Deel I. Oudheid en vroege middeleeuwen tot het jaar 925. – Utrecht : De Haan, 1949. Hoofdstuk X, Friesland van de vijfde tot de tiende eeuw, p. 398.

3. Frieslands oudheid, t.a.p., p. 37.

4. Zie: De ware kijk op..., deel I, t.a.p., p. 36, 64 en 87, en deel II, t.a.p., p. 67, 208, 214, 232, 237, 244, 251, 308, 522 en 550; Germania = Frans-Vlaanderen bij Caesar, Strabo, Plinius, Ptolemeus, t.a.p., p. 109, 111, 138, 139, 143, 146, 183, 201, 203-205, 208, 210, 212, 216, 219, 221, 225, 245; en Germania = Frans-Vlaanderen bij Tacitus, t.a.p., p. 20, 67-68, 74, 80-81, 100, 105-106, 111, 120-123, 125, 127-128, 130, 135, 137, 147 en 152-153. In sommige teksten is Isera de Oise. Zie voor de Vidrus (IJzer) ook : Germania = Frans-Vlaanderen, t.a.p., p. 207. Wissera Marcka, in de pagus Bedensis, genoemd in 866 in een Echternachse bron, is Marcq bij Edingen (Frans Enghien) ten zuidwesten van Brussel aan de rivier Marcke; in verband daarmee wordt ook de rivier Sigonna genoemd, wat de Zenne is; zie De ware kijk op..., deel II, t.a.p., p. 427, vergelijk p. 478, bron : Wampach, Quellen, nr. 149.

5. Vergelijk Holle boomstammen, t.a.p., p. 357-358 en De ware kijk op..., deel I, t.a.p., p. 12, 50 (tekst 38), 51 en 405; deel II, t.a.p., p. 67 en 303; zie voor verwarring tussen Wisera en Lippa aldaar p. 232. De verwarring/verwisseling tussen Wisera en de eveneens algemene waternaam Isera is ook groot; in de bronnen zelf lopen ze al door elkaar. Onder Isara kunnen onder andere de Oise, de Yser, de Izable, de Isérable en zelfs de Beierse Isar worden verstaan (zie : Dictionnaire étymologique des noms de rivières et de montagnes en France / par A. Dauzat, avec la collaboration de G. Deslandes, revu et corrigé par Ch. Rostaing. – Paris : Édtions Klincksieck, 1978. – 233 p. – p. 56).

6. Germania = Frans-Vlaanderen bij Tacitus, t.a.p., p. 105.

7. De ware kijk op..., deel I, t.a.p., p. 89. Van de Vahalis is natuurlijk weer net zo gemakkelijk de Waal gemaakt. De Oise voor Vahalis is door Albert Delahaye zelf gewijzigd in de Lys, Zie : Germania = Frans-Vlaanderen bij Caesar, Strabo, Plinius, Ptolemeus, t.a.p., p. 34-40; aldaar ook meer over Vahalis-Waal.

8. Annales Vedastini, MGH, Scriptorum, in folio, I, p. 522.

9. De ware kijk op..., deel II, t.a.p., p. 208.

10. De ware kijk op..., deel II, t.a.p., p. 208.

11. De ware kijk op..., deel II, t.a.p., p. 209-210.

12. De ware kijk op..., deel II, t.a.p., p. 214-215; Vergelijk aldaar ook de teksten 250-254 en 266, p. 232-234 en 237, waarin van dezelfde feiten gewag wordt gemaakt.

13. Holle boomstammen, t.a.p., p. 158-159, vergelijk : De ware kijk op..., deel II, t.a.p., p. 242-243. De passage uit de Chronicon S. Benigny is te vinden in Histoire de France, III, p. 318.

14. Dictionnaire topographique du Département du Pas-de-Calais, t.a.p., p. 234-235 : De Lys, rivier die zijn bron heeft bij Lisbourg en bij La Gorgue in het Département du Nord binnenkomt. - Leia, rond 839; Ulta, onbekend jaar; Legia, tiende eeuw; Letgia, elfde eeuw; Lis, 1180; Lilium, 1202; Liis, 1215; Leya, 1220; Lidus, dertiende eeuw; Lisium, 1319; Lisa, veertiende eeuw; Luys, vijftiende eeuw; Le Lis, 1505; La Lis, 1559; Le Lys, 1659-1660; La Lise, 1675; La Lysse, 1717.
Land van de Lys; voormalige pagus en civitas van de Atrebaten omvattend het bassin van de Lys, vanaf Aire tot aan Berclau en Drouvin, en het land van Lalleu, waarmee sommige schrijvers het verwarren; anderen denken dat deze aanduiding betrekking heeft op een oude vestiging van Lèles; Pagus Legiensis, zevende eeuw; Pagus Leticus, zevende eeuw; Pagus Letica, 877; Pagus Lidius, 1037; Legia, 1081; Pagus Litigus, 1124.

15. De ware kijk op..., deel II, t.a.p., p. 251.

16. De ware kijk op..., deel II, t.a.p., p. 252, zie ook p. 308.

17. Frieslands oudheid, t.a.p., p. 327, noot 51; bron : Annales S. Amandi, Petaviani et Tiliani, ed. G.H. Pertz, MGH SS I, Hannover, 1826.

18. Frieslands oudheid, t.a.p., p. 327, noot 51; bron : Annales Mosellani, ed. J.M. Lappenberg, MGH SS XVI, Hannover, 1959.

19. Noms de lieux du Nord-Pas-de-Calais, t.a.p., p. 27-28. Wizernes ligt ten zuidwesten van St.-Omaars, aan de rivier Aa. In de naam Wisarinio ligt bovendien de naam renus opgesloten, waarover in hetzelfde werk wordt opgemerkt : «On peut rattacher au thème de l’hydronomie le nom gaulois *rin, *ren, source. Précédé de l’adjectif bel signifiant blanc en gaulois, ren est à l’origine des toponymes Beaurain (Ca) [Cambrai], Beaurainville (Mt) [Montreuil] et Beaurains (Ar) [Atrecht]. Cette dernière localité, aux portes d’Arras [Atrecht], s’est appelée Bellirinum in pago Atravense (661). Le nom rinum, n’étant plus compris au xiie siècle, a été remplacé à cette époque par ramum, Bellum ramus (t.a.p., p. 31).

20. Noms de lieux du Nord-Pas-de-Calais, t.a.p., p. 30. Dictionnaire topographique du Département du Pas-de-Calais, t.a.p., p. 403, geeft geen oudere dan dertiende eeuwse vormen : Wimereux, kanton Boulogne-sur-Mer; Wimerenc, dertiende eeuw; Wimerreue, 1305; Wimereue, 1338; Wimerrewe, 1416; Wymereue, 1506; «Wimereux, ancien hameau de Wimille, a été érigé en commune en 1899.» – Le Wimereux, beek (ruisseau) die zijn bron heeft bij Boursin en bij Wimereux in zee stroomt; Wmerreuwe, 1203; Winerrewes, 1286; Wimerewe, 1290. Vergelijk de veel vroegere vermeldingen voor de Aa; Dictionnaire topographique du Département du Pas-de-Calais, t.a.p., p. 1,: De Aa, rivier die zijn bron heeft bij Bourthes, bij het gehucht Trois-Marquets, en die, vanaf Sint-Omaars gekanaliseerd, bij Gravelines (noord) in Zee stroomt; Agnona, 648; Enneno, zevende eeuw; Agniona, 723; Agnio, 866; Agno, 1107; Agnitio, 1156; A, 1282; Agniona, alio nomine Romera, 1561; Aa, 1566; Aas, achttiende eeuw.


Start : 9 mei 2004 | Laatst bijgewerkt : 29 maart 2008