VorigePlaatsen in KennemerlandVolgende

De Runxputte te Heiloo

Inhoud van deze pagina

  1. Inleiding
  2. De Donatianus-legende, Osdenne en de Roriksberg
  3. De vroegste historische gegevens
  4. Een memoriaal uit de veertiende eeuw ?
  5. Een Maria-verschijning ? Een schilderij uit 1630
  6. Een plakkaat uit 1647
  7. Een veronderstelling uit 1653
  8. Een Amsterdams dagje uit in 1690 en een prent
  9. Vanwaar komt de naam ‘Runxputte’ ? De eerste vermelding van de naam
  10. De put uit 1713
  11. Het verslag van Jan de Boer, 1754
  12. Het Maria-beeld van de Runxputte
  13. Ottie Thiers, ’t Putje van Heiloo, 2005
  14. Aanvullende bronnen
    Noten

1. Inleiding

«De bedevaart naar Heiloo is in mijn herinnering altijd verbonden met een soort huiselijke wereldvreemdheid die geloof ik typisch rooms is»
Godfried Bomans, Een bedevaart naar Heiloo (1).

In de mythologie vinden we alles dubbelop. Eén putje in Heiloo was duidelijk niet genoeg, vandaar dat er twee zijn : het Willibrordusputje en de Runxputte. En één kapel bij de Runxputte was blijkbaar ook niet genoeg, vandaar dat er twee zijn : de kleine kapel, gebouwd in 1909 en vervangen in 1930, en de grote kapel of Bedevaartskerk die in 1913 werd gebouwd. En ook Willibrord was niet goed genoeg, want er kwam een ware Maria-verschijning bij in de buurt van een put die er al geweest zou zijn in de Noormannen-tijd en waarmee Heiloo tien jaar voor de Eerste Wereldoorlog hoopte uit te groeien tot het Lourdes van Kennemerland. En één Onze Lieve Vrouw was ook niet genoeg; in Heiloo worden er zelfs drie vereerd : OLV Ter Nood, OLV van Fatima en OLV van Medjugorje. Tenslotte was ook één Mariabeeld van OLV Ter Nood niet genoeg, vandaar dat er daar ook twee van zijn. Tamelijk verwarrend voor gewone stervelingen.

De legendevorming rond de Runxputte gaat ook over een een traditioneel dagje uit onder leiding van een pater, om de combinatie putjes plus plaatselijke middenstand – in 1993 werden de kroegen, ’t Putje en het Akertje, gesloten –, en het spanningsveld tussen dweperige devotie en ‘weering van superstitiën’.

Het verhaal van de Runxputte in Oesdom laat goed zien hoe legendevorming tot stand komt. De huidige Runxputte is niet ouder dan 1905. De legende is in 1980, na meer malen in de vergetelheid te zijn geraakt, ‘hersteld’ waarbij deze bovendien flink werd aangevuld met verse elementen. Uitgaande van enkele losse historische gegevens is er, met grote tussenperioden, door de eeuwen heen een verhaal uitgesponnen waarvan het begin naar steeds vroeger tijd werd verplaatst en waarbij het verzinsel van de één tot de zekerheid werd va