VorigeHeersers van Fresia, 694-962Volgende

Dirk I de Fresoon, graaf in Fresia

Inhoud van deze pagina

  1. Genealogie/oorkonden/numismatiek
  2. Dirk I in de Egmondse bronnen
  3. Secundaire bronnen
    Noten

1. Genealogie/oorkonden/numismatiek

  • Geboren : onbekend;
    Overleden : 6 oktober, misschien 936 (1);
    Zoon van : wellicht Gerulf II (2);
    Trouwt : Geva (3);
    Kinderen : onwaarschijnlijk Dirk II.
  • Genoemd in oorkonden : 916, mogelijk tot 949 (4);
    Gegeven oorkonden : onbekend.
  • Muntslag : onbekend.

2. Dirk I in de Egmondse bronnen

We komen hier bij de fabuleuze “Koningsoorkonden”, zie : Oorkondenboek, teksten 21, 28, 40 en 55.

  • Annales Egmundenses : 863 :
    «Theoderico comiti largitus est Ekmundam cum pratis, silvis et omnibus aliis que inter Forthrapa et Suithertes nunc posteri eius possident anno Domini DCCCLXIII.» (5)
    N.B. : Ontleend aan de Vita Adalberti.
  • Annales Egmundenses : 867, Lodewijk schenkt Dirk het woud Wasda :
    «Iste Lud. anno Domini DCCCLXVII Theo(derico) comiti Holl. quoddam forestum Aeswada interveniente Hemma regina dedit.» (6).
    Bron : onduidelijk, randschrift van na 1173. Hiervan is de derde koningsoorkonde gemaakt, vergelijk : De oorkonden van Holland en Zeeland tot 1101, tekst 40; van het jaar werd 969 gemaakt en van de koning Lotharius; het gaat om een vervalsing uit de dertiende eeuw. Hier is “Holl.“ toegevoegd; de naam Holland bestond niet voorafgaand aan het jaar 1101.
  • Annales Egmundenses : 863, Karel de Kale en graaf Dirk :
    «Iste Karolus Calvus Pii Ludovici filius rex quando esset imperator Theoderico comiti largitus est Ekmundam cum pratis, silvis et omnibus aliis que inter Forthrapa et Suithertes nunc posteri eius possident anno Domini DCCCLXIII.» (7).
    Bron : Alcuinus, Vita Willibrordi; Vita Adalberti.
    Eerste koningsoorkonde; vergelijk De oorkonden van Holland en Zeeland tot 1101, tekst 21; daar wordt het gebeuren op 889 gesteld, de schenker zou koning Arnulf zijn geweest en de ontvanger graaf Gerolf; het gaat om een vervalsing.
  • Chronicon Egmundanum : 863 :
    «In het jaar des Heren 863 heeft Karel de Kale, de zoon van Lodewijk de Vrome, koning der Franken, later Rooms keizer, aan Dirk, de eerste graaf van Holland, Egmond gegeven, met de weilanden, bossen en al het andere, dat zijn nazaten tussen Suithardeshaghe en Fortrapa en Kinnem thans bezitten.
    In het jaar 877 heeft Lodewijk koning van Alemannië, de zoon van Lodewijk de Vrome, aan de voornoemde graaf Dirk het woud Wasda geschonken, samen met andere goederen, door tussenkomst van koningin Hemma.
    In het jaar 878 stierf keizer Karel, bijgenaamd de Kale. In zijn tijd is het klooster Egmond gesticht door de voornoemde graaf Dirk, toen Odilbald bisschop van Utrecht was, en er zijn daar nonnen geplaatst om God te dienen.
    In het jaar 985 heeft Dirk de tweede graaf, de zoon van Dirk de eerste graaf, door tussenkomst van Ekbert, aartsbisschop van Trier en keizerin Theofanu, de moeder van koning Otto, van deze Otto als eigen erfgoed ontvangen al wat zijn voorgangers als leen hadden.
    En dezelfde Dirk heeft de nonnen die zijn vader in Egmond had geplaatst verwijderd, en het monniksleven ingesteld dat tot op de dag van vandaag daar wordt geleid. (*)
     (8)
    Noot
    *) De vijf berichten in het voorwerk zijn ontleend aan de berichten in het Chronicon zelf, met hetzelfde jaartal; het vijfde, ongedateerde bericht aan dat over het jaar 977. De vier eerste berichten zijn in het Chronicon weer samengesteld uit de Annales en uit de vier oorkonden die achter de tekst van het Chronicon als bijlage zijn opgenomen. In het eerste bericht van het voorwerk is de openingszin Anno Domini ... primo Hollandie overgenomen uit het opschrift boven die bijlage. In het tweede bericht is de zinsnede interveniente Hemma regina overgenomen van een marginale aantekening door C bij Annales 876.
  • Chronicon Egmundanum : 878 :
    «DCCCLXXVIII. Obiit Karolus imperator, Cuius temporibus monasterium Ekmundense fundatum est a Thederico predicto comite, sub presule Traiectensis sedis Odilbaldo.
    Iste Theodericus, frater Walgeri, vir erat valde gloriosus Deoque per omnia carus, qui dignitatem prefecture suscepit a Karolo Calvo Francorum rege; et reliquias corporis beati Adalbertis, ipso cuidam sanctimoniali se revelante, in locum, ubi nunc a fidelibus veneratur, transtulit. In quo idem comes cum uxore sua Geva nomine et ligneam construxit ecclesiam, instituens ibi sanctimonialium vitam, et offerens Deo primitiva dona ad eundem locum: in Fronla mansus VIIII, in Alcmer mansus II, in Callinge medietatem tocius possessionis persolventem singulis annis XIIII libras.
    Hic genuit filium Theodericum no mine, et felici fineq defunctus sepultus cum coniuge sua in eodem monasterio.»
     (9)
    Vertaald :
    «878. Dood van keizer Karel. In zijn tijd is het klooster Egmond gesticht door de voornoemde graaf Dirk, toen Odilbald bisschop van Utrecht was.
    Deze Dirk, de broer van Walger, was een roemrijk man, God in alle opzichten dierbaar, die de waardigheid van zijn ambt ontving van Karel de Kale, koning der Franken; en hij bracht de relieken van het lichaam van de zalige Adalbert (hij heeft zelf aan een non onthuld waar hij was) naar de plaats waar hij nu door de gelovigen wordt vereerd. Daar heeft deze graaf met zijn echtgenote, Geva genaamd, ook een houten kerk gebouwd, en hij richtte daar een nonnenklooster in, en bood God de allereerste geschenken voor deze plaats aan : in Vronen 9 hoeven, in Alkmaar 2, in Callantsoog de helft van zijn bezit, met ieder jaar een opbrengst van 14 ponden.
    Hij kreeg een zoon, Dirk genaamd, en na een zalig uiteinde is hij begraven met zijn echtgenote in dat klooster.»
     (10)
    N.B. : Dit kapitale feit ontbreekt in de Annalen van Egmond zodat we, als dit bericht juist was, tot de conclusie zouden moeten komen dat de Egmondse monniken toen vergeten waren de stichting van hun eigen klooster te vermelden; hier is echter achteraf de ouderdom van het eigen klooster flink wat opgerekt; en ook een bisdom Utrecht ontstaat pas in 940.

3. Secundaire bronnen

  • Nijhoffs Geschiedenislexicon, 1981 :
    «Dirk I, †6.10.939(?); waarschijnlijk zoon van Gerulf II. Wordt 916-928 vermeld; huwde Geva, die mogelijk afstamde van Pippijn van Italië (zoon van Karel de Grote); schijnt zijn vader opgevolgd te zijn in Kinhem (Kennemerland). Ontving 15.6.922 van de Frankische koning Karel de Eenvoudige de kerk van Egmond met de daarbij behorende goederen in het noorden van Holland. Dirk I wordt als eerste graaf van Holland beschouwd.» (11).
  • Genealogie van de graven van Holland, 1954 :
    «Dirk I schijnt zijn vader opgevolgd te zijn in de gouw Kennemerland (=Kinhem), vermeld 916-928, kreeg 15 juni 922 van Karel de Eenvoudige zekere goederen in het graafschap Texel gest. 6 October van een onbekend jaar (misschien in 939). We beschouwen hem als de eerste graaf van Holland, hoewel Floris II in 1101 pas voor het eerst met deze titel wordt genoemd. Hij tr. Geva, gest. 11 Januari van een onbekend jaar.» (12).
  • Biographisch woordenboek der Nederlanden, 1858 :
    «DIRK I, Graaf van Holland, was de zoon van den Frieschen Graaf G e r o l f. Ten onregte woldt D i r k I de eerste Graaf van Holland genoemd, daar reeds door zijn vader, die eenige bezittingen had tusschen Utrecht en Bodegraven, een leenroerig gezag werd uitgeoefend, in hetwelk zijn zoon D i r k door K a r e l de eenvoudige bij opene giftbrief op den 15den Junij 922 bevestigd werd. Hoe ver zich evenwel zijn graafschap heeft uitgestrekt, is even moeijelijk te bepalen, als zekere berigten te geven omtrent de eerste regeerders dezer landen. Ook van zijne lotgevallen is weinig bekend. Het berigt dat hij met de Denen en Friezen heeft krijg gevoerd, is even onzeker als de tijd zijner regering en van zijn dood; want terwijl de meeste latere schrijvers, op het gezag van al de oude kronijken, hem in ver gevorderden ouderdom het klooster en de kerk te Egmond doen stichten, en met verscheidene goederen begiftigen, doch de tijd van zijn sterven onbekend achtten, melden anderen, dat hij in 939 nabij Andemach gesneuveld is. Wat hiervan zij, eenstemmig zijn de berigten dat hij te Egmond met zijne gemalin G e v a begraven is, en door zijn zoon D i r k II werd opgevolgd. Zijne afbeelding komt voor in de meeste oude kronijken en is ook afzonderlijk op verschillende wijzen uitgegeven.
    Zie Melis Stoke, Rijmkronijk, B. I. bl. 41; Oude Holl. Div. Chron. 4de Divisie, bl. 97; Scriverius, Holl., Zeel. en Vriesche Chron. bl. 2-4; van Loon, Aloude Holl. Hist. D. II. bl. 145; van Leeuwen, Bat. Illustr. bl. 1367, 1370; Hoogstraten, Woordenb.; Wagenaar, Vaderl. Hist. D. II. bl. 90, 96, 101, 104, 106, 108, 113, 114. van Wyn, Bijv. en Nalez. op Wagenaar, D. II. bl. 21, 22, 29, 30, 41, 43, 44, 48, 49, 51; Arend, Algem. Gesch. des Vaderl. D. II. St. I. bl. 20-23, van der Chys, de munten van Holl. en Zeel. bl. 8, 9; Muller, Cat. van Portrett. bl. I, 305.»
     (13).
  • Nieuw Nederlandsch biographisch woordenboek, 1911 :
    «DIRK I. T h e o d e r i c u s, graaf in Friesland, geb. omstreeks het derde kwartaal der 9e eeuw, gestorven vermoedelijk omstreeks 939. Hij was gesproten uit een aanzienlijk o.a. in Kennemerland gegoed geslacht, vermoedelijk zoon van een graaf G e r o l f, en komt voor in oorkonden van 916 tot 928; hij kreeg in 922 de kerk van Egmond met haar toebehooren van koning Karel den Eenvoudige van West-Francie in leen en speelde een rol in de lotharingsche twist en van dien tijd. Hij was gehuwd met G e v a, die te Egmond in het klooster begraven werd en misschien uit karolingischen stam sproot.
    Over hem en zijn geslacht vgl. J. Bolhuis van Zeeburgh, Over de geschiedenis der eerste graven uit het Holl. huis (Leiden 1875). L. Van der Kindere, Le formation territoriale des principautés belges au moyen âge (Bruxelles 1902).
    Blok.»
     (14).
  • Bron :
    In 922 ontvangt Theoderico, volgens de tweede ‘koningsoorkonde’, van Karolus (Karel III de Eenvoudige van West-Francia), op voorspraak van graaf Hagano de kerk van Emunde (de monding van de Aa bij St.-Omaars, Frans St.-Omer, en niet Egmond) met alle toebehoren van Suuithardeshaga (mogelijk Hardelot of Sutrachia ten zuiden van Terwaan, Frans Thérouane, en Béthune) tot Fortrapa (de rivier Varenne, ook Arques genaamd, bij St.-Omaars, of Wardrecques) en Kinnem (niet Kennemerland maar waarschijnlijk Hinges ten noordwesten van Béthune); op grond van deze tekst wordt Dirk traditioneel als eerste graaf van Holland beschouwd (15).
    Wanneer deze goederen in Holland lagen kon hij ze niet ontvangen van de koning van West-Francia omdat Holland nooit onder zijn rijk viel; in Frans-Vlaanderen daarentegen past het wel.
  • Vlaanderen :
    «Arnulf I, de Grote, of de Oude, graaf van Vlaanderen (918-965), *ca.900, †27.3.965, zoon van Boudewijn II. Na diens dood werd Vlaanderen onder zijn zoons Arnulf en Adadulf verdeeld. Arnulf, de oudste zoon, erfde het noordelijke en grootste deel van het graafschap. Bij de dood van Adadulf (933) annexeerde Arnulf diens gebied ten nadele van diens zoons. Daarna breidde hij zijn rijk verder uit naar het zuiden. Op het einde van zijn leven strekte zijn rijk zich uit van de Schelde tot over de Somme. Belangrijk is ook zijn optreden als lekeabt van de grote abdijen van het graafschap. Met de hulp van Gerard van Brogne herstelde hij er een regelmatig kloosterleven. Arnulfs zoon Boudewijn stierf reeds in 962. Om de opvolging door zijn kleinzoon veilig te stellen, was Arnulf gedwongen het graafschap toe te vertrouwen aan de Franse koning Lotharius.» (16); trouwt Rozala-Suzanne van Italië.
  • Annales Blandiniensis :
    «964. Magnus Arnulfus, restaurator huius Blandiniensis coenobii, obiit 6. Kal. Aprilis.» (17).

Noten

1. Bronnen in de Genealogie van de graven van Holland, t.a.p., : «Zie J. Bolhuis van Zeeburgh, Over de geschiedenis der eerste graven uit het Hollandsche huis, Leidse diss. 1870, p. 31 (ook gedrukt in BVGO II, 6, p. 249-313. De aldaar geciteerde passages uit de annalen van Flodoard beter in de uitgave van Ph. Lauer, Les Annales de Flodoard (Collection de Textes pour servir à l’etude et à l’enseignement de l’histoire), 1905, p. 72. Dag en maand van zijn overlijden worden vermeld in het Egmonds Necrologium, uitgave Oppermann in Fontes Egmundensis, t.a.p., p. 105.»

2. Genealogie van de graven van Holland, t.a.p., bron : «Volgens Gosses, vorm. grfsch. Holl. p. 259 e.v.». Volgens B.K.S. Dijkstra daarentegen zou Gerolf niet de vader, maar pleegvader van Dirk zijn; wiens vader Radboud V uit het Friese Huis was. Zie : Een stamboom in been. Vier eeuwen graven en gravinnen van het Hollandse Huis. Onderzoek van de stoffelijke resten opgegraven op het terrein van de voormalige Abdijkerken te Rijnsburg in 1949 en 1951 en te Egmond in 1979 en 1980 en aangetroffen in de tombe in de Abdijkerk te Middelburg / B. Dijkstra. – Amsterdam : Bataafsche Leeuw, 1991. – 160 p.

3. Bron voor de overlijdensgegevens in de Genealogie van de graven van Holland (t.a.p., p. 1, en p. 17, noot) : «Egmonds Necrologium p. 105.»; commentaar : «Bolhuis van Zeeburgh, BVGO II, 6, p. 287, oppert de mogelijkheid dat Geva afstamde van Pippijn van Italië (de zoon van Karel de Grote)».

4. Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299, deel 1, t.a.p., tekst 26-29, mogelijk 30, 31, 33 en 35, deze teksten zijn van ná zijn officiële overlijden, en te vroeg voor Dirk II; vandaar dat er tussen Dirk I en Dirk II een Dirk I-bis is verzonnen die bestaat uit de voeten van Dirk I en het hoofd van Dirk II (je zou ook kunnen concluderen dat er iets mis is met de bronnen); zie Graaf Dirk I bis van Holland ? (ca 923-939) :
«Graaf Dirk I bis van Holland ? (ca 923-939) geboren circa 899, overleden circa 939.
Deze Dirk komt in de Latijnse prozakroniek van Egmond niet voor.
Ook zijn er geen akten bekend waaruit zijn aanwezigheid blijkt.
In een akte, door J. Wagenaar in zijn Vaderlandsche Historie II (Amsterdam 1782) gedateerd op 922/923, zou Dirk I, na een regering van 40 jaar, in 922/923 overleden zijn.
Dat zou betekenen dat hij rond 882 Gerolf zou moeten zijn opgevolgd, hetgeen veel te vroeg is.
Vast staat dat Gerolf in 889 nog goed in eigendom kreeg. Hij zal in 895 of 896 overleden zijn.
Ook staat vast dat Dirk II in 988 is overleden.
Zou Dirk II de opvolger zijn van Dirk I, dan zou hij in dat geval niet minder dan 65 jaar hebben geregeerd, hetgeen een veel te lange periode is. Worstelend met de onmogelijkheid van deze lange regeerperiode ontstond de indruk dat men in de beschrijving over de oudste graven, die pas enkele honderden jaren na hun bewind werd opgetekend, gebeurtenissen die eigenlijk bij verschillende Dirken hadden plaatsgevonden aan een en dezelfde persoon had toegedicht.
Dit is best mogelijk, omdat men het in de tijd waarin die gebeurtenissen plaats vonden nooit over een Dirk de zoveelste had, maar gewoon over een Graaf Dirk.
G. van Loon heeft in zijn Aloude Hollandsche Historie II (’s-Gravenhage, 1734) voor het eerst dit probleem trachten op te lossen door tussen Dirk I en Dirk II nog een Dirk te plaatsen.
Hij plaatste Hildegard van Vlaanderen als de vrouw van de zoon van Dirk I, die na zijn sneuvelen in Andernach opnieuw huwde met een Dirk uit het Vlaamse Huis, die daarmee Dirk II werd. Dit was onjuist, omdat de slag bij Andernach in 939 geplaatst wordt en Hildegard de (2e) dochter is van Graaf Arnulf van Vlaanderen, die in 934 huwde. Dit zou betekenen dat Hildegard al op 4-jarige leeftijd gehuwd zou moeten zijn. Verloofd kan nog maar gehuwd niet.
In 1981 kwam J.M. Van Winter met een nieuwe hypothese.
Zij voegde eveneens tussen Dirk I en Dirk II een nieuwe Dirk, die zij Dirk I bis noemde. Geva zou dan met deze Dirk I bis gehuwd moeten zijn geweest en niet met Dirk I zoals aanvankelijk werd aangenomen. De naam van de bruid van Dirk I is dan onbekend.
Ook B.K.S. Dijkstra volgt in 1991 deze hypothese van Van Winter. Hij voegt daar nog een andere hypothese aan toe, namelijk dat niet Gerolf de vader was van Dirk I, maar Radboud.
Ongetwijfeld zal het laatste woord hier nog niet over zijn gezegd. Of we na al die tijd ooit nog de juiste oplossing zullen vinden is nog maar de vraag.»
.
De Genealogie van de graven van Holland geeft : Obreen, Oorkondenboek, nrs. 20-23.

5. Annales Egmundenses, t.a.p., p. 121, cf. Alcuinus, Vita S. Willibrordi; Vita S. Adalberti.

6. Annales Egmundenses, t.a.p., p. 121

7. Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299, deel 1, t.a.p., tekst 28, zie : De oorkonden van Holland en Zeeland tot 1101; Fortrapa is opgevat als het gehucht Vartrop op Wieringen; Dr. G. Karsten schrijft daarover : «Of dit Vartrop vereenzelvigd kan worden met Fortrapa, dat reeds voorkomt in een Lat. oorkonde van 922 is een grote strijdvraag, maar dat het woord leidde tot dwaze vertalingen in het Nederlands als Voortrappe en Verdrapenpolder is zeker.»; hij meldt bovendien dat I.H. Gosses het voor het gehucht Vortrap op Zuid-Beveland hield. Vartrop heet in Nederlandse plaatsnamen bij vergissing Vatrop, en dat wordt volgens hen pas weer genoemd in de zeventiende eeuw zodat we een gat van meer dan een half millennium hebben, zie ook Noordhollandse plaatsnamen (Karsten), t.a.p., p. 117. De naam Vartrop (van de plaats op Wieringen) betekent volgens Noordhollandse plaatsnamen gewoon veraf gelegen dorp in tegenstelling tot ook aldaar gelegen Bietrop, dichtbijgelegen dorp. In Van Frisia naar Holland wordt Fortrapa geduid als mogelijk Wardrecques, dat eerst Werdupa en later Farnthrapa heette; de Genealogie van de graven van Holland verwijst naar : «Obreen, Oork. 22 = Lauer, Recueil des actes de Charles le Simple, CXXI. Zie over deze oorkonde Gosses, Vorm. grfsch. Holl. p. 260 e.v., Oppermann, Untersuchungen zur nordniederl. Geschichte des 10. bis 13. Jahrh., dl I (1920), p. 89 e.v. en dezelfde in: Fontes Egmundensis, 1933, (W.H.G. 3, 61) p. 104* e.v.)».

8. Annalen van Egmond (2007), t.a.p., p. 3. Otto Oppermann dateerde het Chronicon op 1252-1256; H.  probeerde het in 1956 wat ouder te maken : 1207-1248. De nieuwe uitgever, J.W.J. Burgers doet daar niet aan mee : hij dateert 1269-1272, iets later dan Otto Oppermann.

9. Annalen van Egmond (J.P. Gumbert), p. 94.

10. Annalen van Egmond (J.P. Gumbert), p. 95.

11. Nijhoffs Geschiedenislexicon, t.a.p., p. 154.

12. Genealogie van de graven van Holland, t.a.p., p. 1; bronnen : «Obreen Oorkbk. 20, 21, 22, 23; vgl. verder O. Oppermann, Untersuchungen zur Geschichte von Stadt und Stift Utrecht, in: Westdeutsche Zeitschrift f. Gesch. u. Kunst, dl. 28 (1909), p. 171 en dezelfde, Untersuchungen zur Nordniederländischen Geschichte des 10. bis 13. Jahrhunderts, dl. II, 1921, (Bijdr. v.h. Inst. v. Midd. Gesch. der Rijksuniv. te Utrecht) p. 3 e.v.).».

13. Biographisch woordenboek der Nederlanden, bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons vaderland hebben vermaard gemaakt / A.J. van der Aa, voortgezet door J.R. van Harderwijk. - Vierde deel. - Haarlem : J.J. van Brederode, 1858. - 483 p.. - p. 185.

14. Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek / onder redactie van Dr. P.C. Molhuysen en Prof. Dr. P.J. Blok, met medewerking van tal van geleerden. - Eerste deel. - Leiden : A.W. Sijthoff’s uitgevers-maatschappij, 1911. - 1600 kol. - kol. 718.

15. Albert Delahaye, De ware kijk op..., deel 2.

16. Nijhoffs Geschiedenislexicon, t.a.p., p. 34.

17. Annales Blandiniensis, in : Monumenta Germaniae Historica, Scriptores, deel 5, p. 25.


Start : 30 mei 2004 | Laatst bijgewerkt : 28 november 2014